Benno Pen

Expositie Benno Pen

Voor gasten van de theetuin van de naastgelegen poldermolen de Rietvink is er gelegenheid de expositie van de schilder Benno Pen in de molenschuur te bezichtigen. ‘Twaalf ambachten, dertien plezierigheden’ is een typerende uitspraak van deze markante kunstschilder, die met zijn gedetailleerde weergave op de meer dan 60 geëxposeerde schilderijen van zijn geboortegrond, de Groote Veenpolder en omgeving, het leven weergeeft van hoe het hier eens was ten tijde van de turfwinning en hoe het opvallend genoeg in veel gevallen nog steeds is. De idyllische omgeving is zeer nauwgezet en tot in detail weergegeven waarbij de sfeer van de oude tijd tastbaar is. De schilderijen zijn te koop, waarbij een deel van de opbrengst ten goede komt aan het onderhoud en voortbestaan van de molen de Rietvink, waar de schilder een grote passie voor heeft. De expositie is te zien vanaf vrijdag 28 mei tot en met zaterdag 3 juli 2021, op iedere vrijdag en zaterdag van 10:30 tot 17:00 in de molenschuur te Veendijk 6, Nijetrijne. Voor de route informatie zie verder op deze website www.molenderietvink.nl onder ‘Locatie’. Onderstaand treft u een deel van de biografie van de schilder aan.

Benno en Jetty voor een klein deel van de expostie

Over Benno Pen

Een bijzonder kind en dat was het… Benno Pen werd geboren op 31 januari 1937 in
een boerderijtje aan de Nieuweweg 21 in het gehucht Spanga, in Weststellingwerf.
 Hij had drie zussen en twee broers. Benno bleek een bijzonder kind. Op vijfjarige
leeftijd al bespeelde hij het orgel van de Apostolische kerk en leerde hij zichzelf
 gitaar- en diverse andere instrumenten bespelen. De jaren dertig van de vorige
eeuw waren zware jaren, gevolgd door de diepzwarte periode van de Tweede Wereldoorlog.
Desondanks heeft Pen een diepgewortelde liefde voor de streek, zoals in veel van zijn
schilderijen terug is te zien.
“Ik had nauwelijks besef van de ernst van de oorlogsjaren. Mijn vader was als een spin
in het web verweven met het verzet en sluisde veel onderduikers uit de Noordoostpolder,
 waar hij uitvoerder was, naar ons huis om ze aan te laten sterken en dat was gevaarlijk
omdat er NSB-ers bij ons in de buurt woonden.” Benno was, net als nu nog steeds het
geval is, een prater en verhalenverteller. Om het risico van ontdekking van de
onderduikers te verkleinen, werd besloten om de toen ongeveer zes jaar oude Benno een
tijdje onder te brengen bij zijn opa en oma, die in een klein huisje woonden in Vierhuis
aan het Tjeukemeer. De logeerpartij duurde ongeveer twee jaar, zodat Benno naar de
Lagere School ging in Rotsterhaule en pas na de oorlog terugkeerde naar Spanga.
Bordschildering voor straf
Op de lagere school was het één keer per week feest, wanneer tekenen op het rooster stond.
 De prachtige kleurpotloden en het maagdelijk witte papier oefenden een niet te stuiten
aantrekkingskracht op hem uit. Hij bleek bovengemiddeld begaafd. Waar andere leerlingen
bij kwajongensstreken met hun neus tegen de muur in de hoek moesten staan, werd Benno
verplicht om een krijttekening op het schoolbord te maken. Mooier dan meester Peetsma
dat kon. Dat was het begin van een hobby-carrière, waarmee hij zelfs internationaal
bekendheid verwierf.
In 1950 kwam Benno van school en ging hij bij zijn vader ‘in het riet’ werken. Riet was
toen een goedkope dakbedekking en het verschafte werk aan vele handen. Benno’s vader was
een van de grotere riethandelaren in het noorden en Benno werd zijn rechterhand.
Hij genoot van het vak, de natuur en de vele verhalen die hij hoorde over de streek.
In het voorjaar ‘in het riet’ en in de zomer als landarbeider bij boeren uit de omgeving.
Aanvankelijk reed hij dagelijks op zijn fiets naar Gaasterland, waar hij werkte, maar al
snel maakte de fiets plaats voor een Mosquito bromfiets. En nadat hij op zijn achttiende
vlot achter elkaar de rijbewijzen ABCD en E had gehaald, reed hij achtereenvolgens op een
Indian en een Harley Davidson. Maar Benno was ervan overtuigd dat het nuttig zou zijn om
op school wat bij te leren, zodat hij ’s avonds naar de handelsavondschool toog.

Instructeur van alles wat rijdt

Na zijn diensttijd, waarin hij in Eindhoven onder meer de opleiding tot rijinstructeur
aan de Rij- en Tractie School (RTS) volgde en later in ’t Harde alle andere militaire
voertuigen aan zijn instructeurspapieren toevoegde, ging hij weer aan de slag in de
rietvelden en leerde hij zijn latere vrouw Jetty kennen. Op 28 september van het jaar
1959 beloofden zij elkaar eeuwige trouw. Sinds die tijd wordt de naam Jetty, weliswaar
op vernuftige manier gecamoufleerd, aan al zijn latere schilderijen toegevoegd. Door
zijn grote gedrevenheid voor zijn werk raakte hij op 22-jarige leeftijd overspannen en
werd het tijd om naar een andere werkkring om te kijken.
Dat werd het hoofdbureau van politie aan de Elandsgracht in Amsterdam, maar aangezien
het thuisfront daar niet echt gelukkig mee bleek,
was zijn carrière als politieagent van korte duur. Hij kwam in dienst als buschauffeur
en instructeur bij Salland NV in Deventer en later in Emmeloord, waar hij in zijn vrije
uurtjes tevens rijwielhersteller en muziekleraar was. Zeven jaar later maakte hij een
rigoureuze overstap. Hij werd uitvaartverzorger en haalde en passant in de avonduren
zijn papieren om dat ook in het buitenland te mogen en kunnen doen. Via diverse
betrekkingen in de uitgeverswereld belandde hij uiteindelijk als hoofd exploitatie
bij de Firma Hoekstra Krantenwereld, waar daarnaast ook zijn creatieve talent als
illustrator niet zelden werd benut op krantenpagina’s.
Het was de schuld van de kinderen

Pen’s kinderen waren er tot tweemaal toe voor verantwoordelijk dat hij aanvankelijk de
tekenpen en later de schilders-penselen (weer) ter hand nam. De eerste keer tijdens een
vakantie op de camping waar hij een schetsboek en een set kleurpotloden van ze kreeg.
De passie voor tekenen op een groot wit vel papier kwam als het spreekwoordelijke
duveltje uit het doosje, hetgeen resulteerde in een groot aantal vakantietekeningen.

De tweede keer stelden ze hem voor de uitdaging om een grote kleurplaat in te kleuren.
Benno ging de uitdaging met plezier en volle overgave aan. Langzaam maar zeker werd
inkleuren schilderen en werd waterverf vervangen door olieverf op jute of linnen, met
als finishing touch een mooie lijst. Zijn nationale doorbraak beleefde hij na een
expositie in Heerde, waarna er paginagrote artikelen en interviews in de landelijke
pers verschenen.

In 1984 resulteerde dat in een uitnodiging om deel te nemen aan de Nationale Repro
Salon in het prestigieuze American Hotel in Amsterdam, een expositie van de beste
reproductie-schilders van Nederland. Waar andere schilders aan kwamen zetten met
hun schilderijen zorgvuldig verpakt in kratten, had Pen zijn drie doeken gewikkeld
in oude dekens. “De schrik sloeg mij om het hart,” vertelt hij met een brede glimlach
en pretoogjes. “De mooiste plekjes waren al bezet, de schilderijen prachtig uitgelicht.
Ik werd met meewarige blikken bekeken en ik zag ze denken: ‘Wat moet die provinciaal
hier met zijn doekjes’.
Uiteindelijk vond ik een afgelegen donker hoekje waar ik mijn werk kon ophangen.
Het leek in het niets te verdwijnen. De verbazing was dan ook groot toen ik tot
winnaar werd uitgeroepen van de ereprijs.” Daarna was zijn naam als vooraanstaand
reproductieschilder gevestigd.
Epicentrum van creatieve ontplooiing
In 2003, na zijn pensionering, besloten Benno en zijn vrouw Jetty te verhuizen naar
Joure, waar de blokhut achter de woning het epicentrum werd van zijn creatieve
veelzijdigheid. Hij bouwde antieke treinen in miniatuur na, restaureerde diverse
schepen, bouwde modelschepen, maakte kleine stoommachines, beschilderde klokken en
voerde restauraties uit aan schilderijen.
Dat bleek de opmaat om het schilderen met olieverf weer op te pakken en veelal
prachtige landschapstaferelen of onderdelen daaruit op het doek te zetten. “Daarmee
krijg je veel meer diepte en sfeer in je schilderijen dan in een aquarel”, legt hij uit.
Daarbij liet hij zich vaak leiden door de werken van oude meesters. “De manier waarop
zij, vooral Rembrandt, met licht werkten, is uniek. Maar altijd heb ik aan mijn
schilderijen iets nieuws toegevoegd en niet te vergeten – weliswaar mooi verborgen –
de naam van mijn vrouw Jetty.”
Toch was het niet een en al rozengeur en maneschijn in het leven van Benno en Jetty.
Tot driemaal toe werd er kanker bij hem geconstateerd en evenzovele malen overwon hij
met de steun van vrouw, kinderen en vrienden deze verschrikkelijke ziekte. Die
gebeurtenissen konden echter niet in de schaduw staan van het verlies van zijn
51-jarige zoon, een van zijn vier kinderen, aan een hartstilstand. “Mijn ziektes
heb ik overwonnen, maar het verlies van een kind is met geen pen te beschrijven.
Ik was een periode tot niets in staat, zelfs niet tot schilderen.”
Toch pakte hij de draad weer op en zijn werk trok de aandacht van Gerben Wijnja
uit Tjerkwerd, die hem voorstelde zijn tekeningen en schilderijen te bundelen.
Het resulteerde in 2017 tot het boek ‘Uit het schilderatelier van Benno Pen’,
 waarin naast de tekeningen en schilderijen ook de verhalen van de kunstschilder
werden opgetekend. Museum Joure wijdde daarna een expositie aan hem.
Nog steeds is Benno Pen elke dag vroeg uit de veren om te werken aan zijn nieuwste
creatie. Zijn drive? “Als anderen van mijn werk genieten, geniet ik mee.”

Door Wim Walda  Sneek – grootsneek.nl